Minimumfrequentie ROM bij depressie
Referentienummer: nog vast te stellen (werknaam VK-GGZ-DEP-001)
Behoort tot Normenkader ValueCare
Stuurmodel Psychiater
Samenvatting
Bij een unipolaire depressieve stoornis worden minimaal een begin- en een eindmeting met een gevalideerd ROM-instrument vastgelegd, met bij langer durende behandeling een tussenmeting.
Regelgeving / beleid
| 2024 / 2026 |
|---|
| Bij een unipolaire depressieve stoornis (DSM-5 classificatie F32 of F33) wordt een gestructureerde ROM-meting met een gevalideerd instrument uitgevoerd ten minste bij aanvang en bij beëindiging van het zorgtraject. De behandeling wordt op vaste momenten geëvalueerd: na drie maanden na inzet van eerste-stapinterventies, en uiterlijk na vier maanden na aanvang van een psychotherapeutische of farmacotherapeutische behandeling. Gevalideerde instrumenten zijn onder meer BDI-II, PHQ-9, IDS-SR en OQ-45.
2024: Zorgstandaard Depressieve stoornissen (Akwa GGZ) en de Multidisciplinaire Richtlijn Depressie 2024 (NVvP / Trimbos). |
Interpretaties
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
- Een depressie-episode wordt herkend op basis van een DSM-5 classificatie F32 of F33 op het zorgtraject, of een actieve diagnose F32 of F33 in de diagnosehistorie met overlap met de behandelperiode.
- Een ROM-meting telt mee als deze is geregistreerd met een als gevalideerd gemarkeerd vragenlijst-type voor depressie (ROM-indicator op het vragenlijsttype).
- De beginmeting wordt geteld vanaf 14 dagen vóór tot 14 dagen na de intakedatum; de eindmeting binnen 14 dagen voor afsluiting van het zorgtraject.
- Een tussenmeting is verplicht bij behandelduur langer dan vier maanden.
Programmeerbare norm
Er is sprake van “Minimumfrequentie ROM bij depressie” als aan de volgende selectie is voldaan:
Logica: 1 en 2
Te nemen actie
Door de regiebehandelaar wordt beoordeeld of een aanvullende ROM-meting nodig is, en of deze alsnog ingepland kan worden binnen het lopende zorgtraject. De regiebehandelaar stuurt op passende zorg.