Geen trombofilieonderzoek bij een eerste veneuze trombo-embolie
Behoort tot Normenkader ValueCare
Samenvatting
Bij een eerste diepe veneuze trombose of longembolie zonder bijzondere risicofactoren wordt geen onderzoek naar erfelijke stollingsafwijkingen verricht.
Regelgeving / beleid
| 2020 / 2024 |
|---|
| Bij een eerste trombose of longembolie wordt geen onderzoek naar erfelijke stollingsafwijkingen verricht. De uitkomst van zo'n stollingsonderzoek heeft geen invloed op het te volgen behandelbeleid en kan bij een positieve uitslag onnodige onrust veroorzaken bij patiënt en familie. Uitzonderingen zijn onder meer een trombose op jonge leeftijd, een recidiverende veneuze trombo-embolie, een sterk belaste familieanamnese of een atypische lokalisatie zoals splanchnische of cerebrale veneuze trombose.
2020: ZE&GG-Implementatieagenda VK-INT-003 (Nederlandse Internisten Vereniging, FMS Verstandige Keuzes). |
Interpretaties
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
- Een eerste veneuze trombo-embolie wordt herkend aan een DBC voor diepe veneuze trombose of longembolie (ICD-10 I26, I80 of I82), zonder eerdere DBC of probleemlijst-item voor veneuze trombo-embolie.
- Trombofilieonderzoek wordt herkend aan de specifieke laboratoriumaanvragen voor Factor V Leiden, protrombine G20210A, antitrombine, proteïne C, proteïne S, lupus anticoagulans, anticardiolipine antistoffen en beta-2-glycoproteïne, aangevraagd binnen 6 maanden na de diagnose.
- De leeftijdsgrens voor de uitzondering ‘jonge leeftijd’ wordt op 45 jaar gezet.
- Atypische lokalisatie wordt herkend uit de ICD-10-codering.
- Voor ‘sterk belaste familieanamnese’ wordt het polikliniekverslag beoordeeld via een afgebakende set labels.
Programmeerbare norm
Er is sprake van “Geen trombofilieonderzoek bij een eerste veneuze trombo-embolie” als aan de volgende selectie is voldaan:
Logica: 1 en 2
Te nemen actie
Deze controle markeert trombofiliepanels die zijn aangevraagd na een eerste veneuze trombo-embolie zonder dat een van de uitzonderingsgronden van toepassing is. De uitkomsten zijn beschikbaar in de stuurinformatie en worden gebruikt voor kwaliteitstoetsing, compliance en het bijstellen van het zorgproces of het vakgroepbeleid.