Geen standaard maagzuurremmer bij refluxziekte bij kinderen

Uit normenkaderzorg.nl
Versie door Vroelofs (overleg | bijdragen) op 22 mei 2026 om 08:58 (Nieuwe pagina aangemaakt met '<p style="text-align: center">{{VALUECARE}}</p> ===== Behoort tot Normenkader ValueCare ===== #Zinnige Zorg Ziekenhuizen ===== Samenvatting ===== Bij kinderen met refluxziekte worden niet standaard maagzuurremmers (PPI of H2-antagonist) voorgeschreven; medicamenteuze behandeling is alleen geïndiceerd bij minimaal één gedocumenteerd alarmsymptoom, voor maximaal drie maanden, met evaluatie elke twee tot vier weken. ===== Regelgeving / beleid ===== {| c…')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Behoort tot Normenkader ValueCare
  1. Zinnige Zorg Ziekenhuizen
Samenvatting

Bij kinderen met refluxziekte worden niet standaard maagzuurremmers (PPI of H2-antagonist) voorgeschreven; medicamenteuze behandeling is alleen geïndiceerd bij minimaal één gedocumenteerd alarmsymptoom, voor maximaal drie maanden, met evaluatie elke twee tot vier weken.

Regelgeving / beleid
2020 / 2024
Refluxziekte bij kinderen wordt niet standaard medicamenteus behandeld. Educatie, geruststelling, leefstijladviezen en aanpassing van de voeding zijn de eerste stap. Een medicamenteuze behandeling met een protonpompremmer of H2-antagonist is alleen geïndiceerd wanneer er minimaal één alarmsymptoom aanwezig is, en dan voor maximaal drie maanden met evaluatie elke twee tot vier weken.

2020: FMS Verstandige Keuze refluxziekte 0–18 (Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, 2019).

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. De doelgroep wordt afgebakend met een DBC voor refluxziekte op specialisme KIN (diagnose 3324 of gelijkwaardig).
  2. Een maagzuurremmer wordt herkend aan ATC-groep A02BC (protonpompremmers) of A02BA (H2-antagonisten), voorgeschreven binnen een tijdvenster rondom de DBC-startdatum.
  3. De aanwezigheid van alarmsymptomen wordt afgeleid uit de patiëntverslagen rondom de DBC-startdatum via een afgebakende set labels (onder meer aanhoudend gewichtsverlies, voedselweigering, dysfagie, bloedbraken, langdurige slaapverstoring, vermoeden van oesofagitis).
  4. Een prescriptie wordt als conform beschouwd wanneer minimaal één alarmsymptoom in de verslagen is vastgelegd. Bij onvoldoende informatie krijgt het oordeel de uitkomst ‘onduidelijk’ in plaats van een binaire afwijking.
  5. Het feit dat er géén maagzuurremmer is voorgeschreven wordt als conform de richtlijn beschouwd: educatie en leefstijladviezen vormen de eerste stap en hoeven niet apart gecontroleerd te worden voor de afwijking-detectie.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Geen standaard maagzuurremmer bij refluxziekte bij kinderen” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle DBC's refluxziekte (diagnose 3324) op specialisme KIN waarbij rondom de DBC-startdatum een protonpompremmer (ATC A02BC) of H2-antagonist (ATC A02BA) is voorgeschreven


2) In de patiëntverslagen rondom de DBC-startdatum is geen alarmsymptoom vastgelegd dat een medicamenteuze behandeling onderbouwt

Logica: 1 en 2

Te nemen actie

Deze controle markeert voorschriften van protonpompremmers of H2-antagonisten bij kinderen met refluxziekte zonder gedocumenteerd alarmsymptoom. De uitkomsten zijn beschikbaar in de stuurinformatie en worden gebruikt voor kwaliteitstoetsing, compliance en het bijstellen van het zorgproces of het vakgroepbeleid.