Geen PCI of CABG bij stabiele angina pectoris zonder optimale medicamenteuze therapie
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
Behoort tot Normenkader ValueCare
Samenvatting
Patiënten met stabiele angina pectoris en zonder hoog-risico-kenmerken worden eerst optimaal medicamenteus behandeld voordat een electieve PCI of CABG wordt verricht.
Regelgeving / beleid
| 2020 / 2024 |
|---|
| Patiënten met stabiele angina pectoris en zonder kenmerken van een hoog-risico coronairlijden krijgen eerst een optimale medicamenteuze behandeling. Een electieve dotterbehandeling of bypassoperatie is bij deze groep alleen aangewezen als de klachten persisteren ondanks adequaat ingestelde medicatie. |
Interpretaties
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
- Een electieve PCI of CABG wordt herkend aan de bijbehorende CTG-/CBV-verrichtingscodes, geregistreerd op planmatig zorgtype. Spoedingrepen worden op basis van het urgentie-/zorgtypeveld uitgesloten.
- De doelgroep wordt afgebakend met een DBC-diagnose stabiele angina pectoris op specialisme cardiologie (niet STEMI of NSTEMI).
- Optimale medicamenteuze therapie wordt herkend aan een actief voorschrift in een tijdvenster van 6 maanden voor de ingreep, met minimaal: één anti-ischemisch middel (bètablokker C07, calciumantagonist C08, langwerkend nitraat C01DA, ivabradine C01EB17, ranolazine C01EB18 of nicorandil C01DX16), één trombocytenaggregatieremmer (B01AC06 of B01AC04) en één statine (C10AA).
- De tijdsdrempel van 6 maanden staat niet hard in de FMS-tekst en is een vaste ziekenhuisparameter.
- Voor het inhoudelijke oordeel ‘klachten persistent ondanks medicatie’ wordt het cardiologisch verslag in de aanloop naar de ingreep beoordeeld via een afgebakende set labels.
Programmeerbare norm
Er is sprake van “Geen PCI of CABG bij stabiele angina pectoris zonder optimale medicamenteuze therapie” als aan de volgende selectie is voldaan:
Logica: 1 en 2
Te nemen actie
Deze controle markeert electieve PCI- of CABG-ingrepen bij stabiele angina pectoris zonder voorafgaande volledige medicamenteuze therapie. De uitkomsten zijn beschikbaar in de stuurinformatie en worden gebruikt voor kwaliteitstoetsing, compliance en het bijstellen van het zorgproces of het vakgroepbeleid.