Geen protonpompremmer naast prednison-monotherapie

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Behoort tot Normenkader ValueCare
  1. Zinnige Zorg Ziekenhuizen
Samenvatting

Een protonpompremmer wordt niet standaard voorgeschreven naast prednison-monotherapie; maagbescherming is alleen geïndiceerd bij ulcus in de voorgeschiedenis, leeftijd ≥ 70 of gecombineerd gebruik met een NSAID, SSRI, salicylaat of anticoagulans.

Regelgeving / beleid
2020 / 2024
Bij monotherapie met glucocorticoïden zoals prednison is maagbescherming met een protonpompremmer in principe niet nodig. Maagbescherming met een PPI is wel geïndiceerd bij een ulcus pepticum in de anamnese, dyspepsie-klachten of bij combinatiegebruik met NSAID's, SSRI's, salicylaten of anticoagulantia. Bij leeftijd 70 jaar of ouder geldt een verlaagde drempel voor maagbescherming.

2020: ZE&GG-Implementatieagenda VK-INT-007 (Nederlandse Internisten Vereniging, FMS Verstandige Keuzes) en de NHG-Behandelrichtlijn Preventie van maagcomplicaties door geneesmiddelgebruik. Door ZE&GG in januari 2023 gearchiveerd als ‘voldoende geïmplementeerd’; het onderliggende advies blijft van kracht.

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Een prednison-voorschrift wordt herkend aan ATC H02AB (glucocorticoïden), met name H02AB07 (prednison) en H02AB06 (prednisolon).
  2. Een protonpompremmer wordt herkend aan ATC A02BC.
  3. De combinatie wordt herkend wanneer de PPI binnen 14 dagen na de start van het glucocorticoïd is voorgeschreven.
  4. Risico-medicatie die maagbescherming wel zou rechtvaardigen wordt herkend aan NSAID's (M01A), SSRI's (N06AB), laaggedoseerd acetylsalicylzuur of carbasalaatcalcium (B01AC06, B01AC08) en orale anticoagulantia (B01AA, B01AE, B01AF).
  5. Een ulcus in de voorgeschiedenis wordt herkend aan ICD-10 K25, K26 of K27 in eerdere DBC's of op de probleemlijst.
  6. Voor ‘ulcus pepticum in voorgeschiedenis’ en ‘dyspepsie-klachten als reden’ die niet structureel zijn vastgelegd, wordt het polikliniekverslag beoordeeld via een afgebakende set labels.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Geen protonpompremmer naast prednison-monotherapie” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle nieuwe voorschriften prednison of prednisolon (ATC H02AB07 of H02AB06) waarbij binnen 14 dagen ook een protonpompremmer (ATC A02BC) is gestart


2) Er is geen gelijktijdig voorschrift NSAID, SSRI, laaggedoseerd acetylsalicylzuur, carbasalaatcalcium of oraal anticoagulans, geen ulcus in de voorgeschiedenis (ICD-10 K25–K27), én de patiënt is jonger dan 70 jaar

Logica: 1 en 2

Te nemen actie

Deze controle markeert combinaties van prednison-monotherapie met een protonpompremmer waarvoor geen richtlijn-indicatie aanwezig is. De uitkomsten zijn beschikbaar in de stuurinformatie en worden gebruikt voor kwaliteitstoetsing, compliance en het bijstellen van het zorgproces of het vakgroepbeleid.