Onterecht een parallel subtraject geregistreerd - Open en gesloten subtrajecten (N0528)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N0528
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Rechtmatigheid

  1. Ziekenhuizen Rechtmatigheid - Openen behandeling

Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid

  1. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2024 - Subtrajecten – Openen en sluiten
  2. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2023 - Subtrajecten – Openen en sluiten
  3. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2022 - Subtrajecten – Openen en sluiten
  4. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2021 - Subtrajecten – Openen en sluiten
Samenvatting

Een parallel traject dient een zorgprofiel te hebben met eigen zorgactiviteiten. Het is daarnaast niet toegestaan om identieke diagnoses te registreren die niet op de diagnose-combinatietabel voorkomen, waarbij niet wordt voldaan aan de voorwaarde dat beide trajecten minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve zorgactiviteiten bevatten.

Regelgeving / beleid
2021
Parallelle zorgtrajecten binnen eenzelfde specialisme

Voor het openen van een parallel zorgtraject binnen eenzelfde specialisme gelden de eisen zoals beschreven in bovenstaande leden en moet sprake zijn van een separaat uit te voeren beleid ten aanzien van de zorgvraag.

Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42- dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de diagnose-combinatietabel (bijlage 6).

Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:

  • Wanneer de combinatie van beide diagnosen voorkomt in de diagnose-combinatietabel (bijlage 6).
  • Wanneer verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject.
  • Binnen het specialisme cardiologie, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie.
  • Binnen het specialisme klinische geriatrie, behalve bij icc of klinische medebehandeling.
  • Bij neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde.
  • Binnen het specialisme geriatrische revalidatiezorg.
  • Bij de diagnosen voor ‘ouderengeneeskunde' (090 t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde, behalve bij icc of medebehandeling.
  • Binnen het specialisme gynaecologie voor eenzelfde fase tijdens één zwangerschap (fasen: zwangerschap, bevalling en kraambed), met uitzondering van de fase voor kraambed indien zich een postnatale depressie voordoet na postnatale complicaties.

Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:

  • Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.
  • Diagnosen die vastgesteld worden naar aanleiding van het bevolkingsonderzoek `Screening colorectaal carcinoom'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start.


Bij stamceltransplantaties wordt voor volwassenen en kinderen zonder SKION-stratificatie voor de searchfase van een stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend. Voor stamceltransplantaties bij kinderen met een SKION-stratificatie en stamceltransplantaties in het kader van de BRCA1-studie wordt voor het gehele stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend.


Multidisciplinaire behandeling
a. Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.
b. Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien zowel een SEH-arts KNMG (of een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de SEH-functie uitoefent) als een andere beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend.

2021: NR/REG-2103a art. 1dd, ee (poorter/poortfunctie), 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2a, 5.2b, 5.4a, 5.4b, 5.4c, 5.4d, 5.4e, 15 (poorter en ICD-10), 16.1, 16.2, 16.3, 19.1b, 19.2, 19.3, 19.5, 19.7, 19.8, 19.9, 19.10, 19.11, 19.12, 19.13, 19.16, 19.17, 33.4, 33.7, 33.8, 33.9, 33.10, 33.11, 33.12, 36.1m, 1n, 1o (verwijzer)

2022
Parallelle zorgtrajecten binnen eenzelfde specialisme

Voor het openen van een parallel zorgtraject binnen eenzelfde specialisme gelden de eisen zoals beschreven in bovenstaande leden en moet sprake zijn van een separaat uit te voeren beleid ten aanzien van de zorgvraag.
Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42- dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de 'Diagnose Combinatie Tabel' (bijlage bij deze regeling).
Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:

  • Wanneer de combinatie van beide diagnosen voorkomt in de diagnose-combinatietabel (bijlage 6).
  • Wanneer verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject.
  • Binnen het specialisme cardiologie, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie.
  • Binnen het specialisme klinische geriatrie, behalve bij icc of klinische medebehandeling.
  • Bij neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde.
  • Binnen het specialisme geriatrische revalidatiezorg.
  • Bij de diagnosen voor ‘ouderengeneeskunde' (090 t/t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde, behalve bij icc of medebehandeling
  • Binnen het specialisme gynaecologie voor eenzelfde fase tijdens één zwangerschap (fasen: zwangerschap, bevalling en kraambed), met uitzondering van de fase voor kraambed indien zich bevalling gerelateerde posttraumatische stressklachten of een postnatale depressie voordoet na postnatale complicaties.

Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:

  • Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.
  • Diagnosen die vastgesteld worden naar aanleiding van het bevolkingsonderzoek `Screening colorectaal carcinoom'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start.

Bij stamceltransplantaties wordt voor volwassenen en kinderen zonder SKION-stratificatie voor de searchfase van een stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend. Voor stamceltransplantaties bij kinderen met een SKION-stratificatie en stamceltransplantaties in het kader van de BRCA1-studie wordt voor het gehele stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend.


Multidisciplinaire behandeling
a. Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.
b. Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien zowel een SEH-arts KNMG (of een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de SEH-functie uitoefent) als een andere beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend.

2022: NR/REG-2207a art. 1dd, ee (poorter/poortfunctie), 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2a, 5.2b, 5.4a, 5.4b, 5.4c, 5.4d, 5.4e, 15 (poorter en ICD-10), 16.1, 16.2, 16.3, 19.1b, 19.2, 19.3, 19.5, 19.7, 19.8, 19.9, 19.10, 19.11, 19.12, 19.13, 19.16, 19.17, 33.4, 33.7, 33.8, 33.9, 33.10, 33.11, 33.12, 36.1m, 1n, 1o (verwijzer)

2023
Parallelle zorgtrajecten binnen eenzelfde specialisme

Voor het openen van een parallel zorgtraject binnen eenzelfde specialisme gelden de eisen zoals beschreven in bovenstaande leden en moet sprake zijn van een separaat uit te voeren beleid ten aanzien van de zorgvraag.
Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42- dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de diagnose-combinatietabel (bijlage 6).
Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:

  • Wanneer de combinatie van beide diagnosen voorkomt in de 'Diagnose Combinatie Tabel (bijlage bij deze regeling).
  • Wanneer verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject.
  • Binnen het specialisme cardiologie, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie.
  • Binnen het specialisme klinische geriatrie, behalve bij icc of klinische medebehandeling.
  • Bij neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde.
  • Binnen het specialisme geriatrische revalidatiezorg.
  • Bij de diagnosen voor ‘ouderengeneeskunde' (090 t/t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde, behalve bij icc of medebehandeling
  • Binnen het specialisme gynaecologie voor eenzelfde fase tijdens één zwangerschap (fasen: zwangerschap, bevalling en kraambed), met uitzondering van de fase voor kraambed indien zich bevalling gerelateerde posttraumatische stressklachten of een postnatale depressie voordoet na postnatale complicaties.

Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:

  • Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.
  • Diagnosen die vastgesteld worden naar aanleiding van het bevolkingsonderzoek `Screening colorectaal carcinoom'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start.

Bij stamceltransplantaties wordt voor volwassenen en kinderen zonder SKION-stratificatie voor de searchfase van een stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend. Voor stamceltransplantaties bij kinderen met een SKION-stratificatie en stamceltransplantaties in het kader van de BRCA1-studie wordt voor het gehele stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend.

Multidisciplinaire behandeling
a. Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.
b. Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien zowel een SEH-arts KNMG (of een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de SEH-functie uitoefent) als een andere beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend.

2023: NR/REG-2306a art. 5, lid 2 en 5

2024
Parallelle zorgtrajecten binnen eenzelfde specialisme

Voor het openen van een parallel zorgtraject binnen eenzelfde specialisme gelden de eisen zoals beschreven in bovenstaande leden en moet sprake zijn van een separaat uit te voeren beleid ten aanzien van de zorgvraag.
Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42- dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de diagnose-combinatietabel (bijlage 6).
Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:

  • Wanneer de combinatie van beide diagnosen voorkomt in de 'Diagnose Combinatie Tabel (bijlage bij deze regeling).
  • Wanneer verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject.
  • Binnen het specialisme cardiologie, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie.
  • Binnen het specialisme klinische geriatrie, behalve bij icc of klinische medebehandeling.
  • Bij neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde.
  • Binnen het specialisme geriatrische revalidatiezorg.
  • Bij de diagnosen voor ‘ouderengeneeskunde' (090 t/t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde, behalve bij icc of medebehandeling
  • Binnen het specialisme gynaecologie voor eenzelfde fase tijdens één zwangerschap (fasen: zwangerschap, bevalling en kraambed), met uitzondering van de fase voor kraambed indien zich bevalling gerelateerde posttraumatische stressklachten of een postnatale depressie voordoet na postnatale complicaties.

Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:

  • Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.
  • Diagnosen die vastgesteld worden naar aanleiding van het bevolkingsonderzoek `Screening colorectaal carcinoom'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start.

Bij stamceltransplantaties wordt voor volwassenen en kinderen zonder SKION-stratificatie voor de searchfase van een stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend. Voor stamceltransplantaties bij kinderen met een SKION-stratificatie en stamceltransplantaties in het kader van de BRCA1-studie wordt voor het gehele stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend.

Multidisciplinaire behandeling
a. Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.
b. Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien zowel een SEH-arts KNMG (of een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de SEH-functie uitoefent) als een andere beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend.

2024: NR/REG-2403a art. 5, lid 2 en 4

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Deze norm combineert de Handreikingsnormen N0525 en N0527, maar signaleert zodra één van beide parallelle DBC's gesloten is.
  2. Er kan gekozen worden op welke vormen van parallelliteit gesignaleerd wordt: Ontbreken zorgprofiel en/of Dubbelzijdigheid en/of Overige parallelliteit. Let op, ontbreken zorgprofiel is in de regelgeving vervallen per 2020, maar op verzoek van meerdere ziekenhuizen is de optie om hierop te controleren behouden.
  3. Er wordt niet gesignaleerd op parallelliteit aan een DBC met stamceltransplantatie in de volgende gevallen:
    1. t/m 2020: Indien een subtraject met medicinale oncologische behandeling de afsluitregel 1.0000.1 of 1.0000.11 heeft, of een zorgactiviteit uit groep 3 t/m 10 bevat die leidt tot één van deze afsluitregels, en ter voorbereiding op een stamceltransplantatie plaatsvindt (afsluitregel 2.0000.1), wordt er niet gesignaleerd.
    2. vanaf 2021: Er wordt niet gesignaleerd bij DBC's met dezelfde diagnose als één van deze DBC's zorgactiviteiten bevat die afleiden tot afsluitregel 2.0000.1 groep 1 en 4 (fase 1 van stamceltherapie). Ook wordt een traject voor stamceltransplantatie (met zorgactiviteiten die afleiden tot afsluitregel 2.0000.1) niet gesignaleerd als dit parallel is aan een subtraject met zorgactiviteiten voor de BRCA1 studie of zorgactiviteiten die afleiden tot afsluitregel 1.0000.11 (skion).
  4. Vanaf 2022: Er wordt niet gesignaleerd bij DBC's met dezelfde diagnose als één van deze DBC's de zorgactiviteit voor immuun effectorceltherapie in de screeningfase bevat.
  5. Afhankelijk van de ingestelde parameter wordt het subtraject uit het laatst geopende zorgtraject gesignaleerd (standaard), of kan ook het subtraject uit het eerst geopende zorgtraject gesignaleerd worden. De openingsdatum van het zorgtraject is bepalend en niet de openingsdatum van het subtraject.
  6. Cardiologie: Mag nooit parallel behalve wanneer het een subtraject ICC, hartrevalidatie of begeleiding bij hart- en longtransplantatie betreft. Dit gaat om subtrajecten met diagnose 821, 903, 904 en de zorgactiviteiten 039234, 039235, 039395, 039396, 039898, 039215, 039216, 190042, 193126, 193127, 193128, 193129, 193130, 193140 of 193141. ZT 13 wordt in deze data-analyse niet meegenomen.
  7. Klinische geriatrie: Mag nooit parallel behalve wanneer het parallelle traject een ICC of klinisch medebehandeling betreft. ZT 13 wordt in deze data-analyse niet meegenomen. Diagnose 351 ICC mag als enige als parallel subtraject met klinische geriatrie geregistreerd worden. Voor klinische medebehandeling wordt geen eigen diagnose meegenomen als een parallel subtraject de zorgacitviteitcode voor medebehandeling 190017 bevat.
  8. Neonatologie: Mag nooit parallel met een subtraject voor kindergeneeskunde.
  9. De volgende diagnosecodes zijn specifiek voor neonatologie en mogen niet parallel geregistreerd worden:
    • 505 Prematuriteit onder 28 weken
    • 515 Prematuriteit 28 tot 30 weken
    • 525 Prematuriteit 30 tot 32 weken
    • 530 Prematuriteit 32 tot 34 weken zonder sectio
    • 540 Prematuriteit 32 tot 34 weken met sectio
    • 550 Prematuriteit 34 tot 37 weken zonder sectio
    • 560 Prematuriteit 34 tot 37 weken met sectio
  10. DBC's waaraan alleen DWGM's gekoppeld zijn, worden gezien als lege DBC's.
  11. Middels parameter N0528_DBC_SPECIALISME_UITSL is het mogelijk om parallelliteit tussen bepaalde specialismes uit te sluiten (standaard gevuld met FYS).
  12. Middels parameter N0528_OPEN_DBCS_SIGNALEREN is het mogelijk om ook te signaleren wanneer beide subtrajecten nog open staan OF één van beide subtrajecten nog open staan OF beide subtrajecten gesloten zijn.
  13. Middels parameter N0528_ZT21_LEEG_SIGNALEREN_IND is het mogelijk om ook te signaleren wanneer er een subtraject met ZT11 is geopend naast een reeds geopend maar leeg subtraject met ZT21. In deze situatie is het mogelijk dat het ZT11 subtraject onterecht is geopend.
  14. Middels parameter N0528_DUBBELZIJDIGHEID_NIET_OPERATIEF_VERVOLGTRAJECT_TOESTAAN is het mogelijk om altijd te signaleren als er sprake is van parallelliteit tussen een operatief en niet-operatief traject, dus ook indien een van de subtrajecten een vervolgtraject is van een operatief subtraject (2e deel blok 6). Standaard wordt dit niet gesignaleerd.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Onterecht een parallel subtraject geregistreerd - Open en gesloten subtrajecten (N0528)” als aan de volgende selectie is voldaan:


1) Alle niet-lege parallelle subtrajecten met ZT11 of ZT21


2) Het gesignaleerde subtraject zit in scope controlejaar


3) Eén van beide parallelle subtrajecten is gesloten


4) Er is geen sprake van toegestane parallelliteit aan een subtraject voor stamceltransplantatie (afsluitregel 2.0000.1) met dezelfde diagnose




5) Ontbreken zorgprofiel:
Het subtraject uit het laatst geopende zorgtraject betreft géén specialisme cardiologie en voldoet niet aan de volgende voorwaarde:
Minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve zorgactiviteiten (conform registratieaddendum);
of
Minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse 1,2 of 3; zorgactiviteitcode 039898, 039676, 190960, 193126 of 190173;
of
Minimaal één zorgactiviteit uit een van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing, verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie, gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandeling (conform registratieaddendum);
of
Minimaal één specifiek audiologie zorgactiviteit (190702 t/m 190799)

of

Minimaal één filtratie zorgactiviteit (192057/039117/190121)

6) Dubbelzijdigheid:
De diagnoses van de parallelle subtrajecten zijn gelijk en komen niet voor op de diagnosecombinatie tabel en hebben niet beide een operatieve zorgactiviteit, tenzij een van de subtrajecten een vervolgtraject is van een operatief subtraject, én het niet operatieve subtraject bevat geen zorgactiviteiten in de periode dat deze parallel loopt met het operatieve subtraject.

7) Overige parallelliteit:
De parallelle subtrajecten hebben het specialisme cardiologie (met uitzondering van de subtrajecten ICC, hartrevalidatie (diagnose 821, 903, 904) en begeleiding van hart- en hart-longrevalidatie (ZA 039234, 039235, 039395, 039396, 039898, 039215, 039216, 190042, 193126, 193127, 193128, 193129, 193130, 193140 of 193141))
of
klinische geriatrie (met uitzondering van ICC op klinische medebehandeling)
of
neonatologie
of
geriatrische revalidatiezorg




Logica: 1 en 2 en 3 en 4 en (5 of 6 of 7)

Berekening financiële impact

De impact bij parallelliteit wordt bepaald door de gesignaleerde DBC te crediteren en de verrichtingen over te hevelen naar de eerst genoemde DBC uit de toelichting.

Zie Berekening financiële impact - Verschil waarde subtrajecten na verwijderen subtraject en overhevelen zorgactiviteiten